Twee vreemde gedachten over democratie (deel 2)

De vorige blog ging over gexefnstitutionaliseerd wantrouwen waar je juist vertrouwen in de politiek wilt versterken en directe deelname terwijl we een systeem van vertegenwoordigende democratie hebben. Deze keer bekijk ik twee opnieuw vreemde gedachten die ik pik uit het oude Athene: de opkomstplicht en maatschappelijke dienstplicht.

  1. De opkomstplicht. In Belgixeb bestaat nog een opkomstplicht (die niet gehandhaafd wordt), in Nederland is de opkomstplicht ingesteld in 1917 en afgeschaft in 1970. Waardeloos idee? Je vergroot alleen proteststemmen? Door de opkomstplicht wilde de wetgever vermijden dat op de lagere sociale klassen druk zou uitgeoefend worden door hun bazen om niet te gaan stemmen. Je moet je afvragen wat het zegt als de opkomstplicht in het voordeel van Wilders zou uitvallen. Dat is dan toch reden om met die gedachte iets te doen? In het oude Griekenland ging het echter anders. Daar dreef men met een rood touw burgers van de markt naar de vergaderplaats. Het rode touw gaf af en aan de streep op je kleren kon men zien dat je naar de vergadering gedreven moest worden. Daarvoor moest je je eigenlijk schamen. De verplichting was dus veel meer een morele verplichting om je democratische recht uit te oefenen. Het is goed om te moeten uitleggen waarom je niet stemt. De oude Grieken keken ook naar vergoedingen voor het meedoen aan de democratie, je zou kunnen zeggen: belastingvoordeel als je meedoet. Ik ben niet overtuigd, maar er is een overduidelijk voordeel: je kunt je niet meer uitsluitend als klant opstellen. Enig maatschappelijk debat over het niet-stemmen lijkt toch wel op zijn plaats. Sinds kort is landelijk de niet-stemmers de grootste groepering, gemeentelijk en provinciaal al heel lang.

  2. Maatschappelijke dienstplicht. De dienstplicht is in Nederland sinds 1997 opgeschort. Dat is weer in discussie vanwege de belasting op het beroepsleger door de uitzendingen. Maar daar gaat het de oude Grieken niet zo om. Maatschappelijke dienstplicht gaat er ook om om iedereen, ook de rijken, te laten participeren in de polis. Directe belastingen opleggen was taboe, daarom werd van de rijken verwacht dat zij hun overvloed deelden met medeburgers. In tijden van oorlog werd wel een taakbelasting ingesteld zoals het uitrusten van een oorlogsgalei. Daarnaast werd bijvoorbeeld verwacht dat men een toneeluitvoering verzorgde. Ook hier is veel meer aandacht voor het morele appel op burgers om hun bijdrage te leveren aan de samenleving. De rijke verdiende eer door dergelijke inzet. Dat zie je tegenwoordig wel in de VS en sporadisch ook in Nederland.

In beide gevallen zie je dat de sociale controle een groot goed was in het oude Griekenland, waar nu belastingontduiking zo ongeveer de norm is. Sociale controle als sturingsvorm is kwetsbaar. Bovendien leidt het tot nare gevolgen voor hen die (uiterlijk of in gedrag) afwijken van de norm, ook al participeren ze prima. Maar is het terecht om het morele appel volledig te verbannen? Is het niet ook een heel zichtbare vorm van solidariteit en betrokkenheid? Ik denk dat het toch meer onderwerp moet worden van discussie. Het adagium van het kabinet past hier: vrijheid en verantwoordelijkheid.

Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>